“Wetenschappelijk onderbouwde equitherapie volgens SHP-E(NL).”
Ruim 30 jaar geleden begonnen wij Equitherapie (therapeutisch paardrijden volgens een wetenschappelijk verantwoord concept) in Nederland te introduceren. Toen werd ook het begrip "Equitherapie" ontwikkeld door de latere voorzitter van SHP, Dr. Ulrike Thiel, en vastgelegd onder de naam van HippoCampus (Instituut voor Equitherapie en Hippische Sportpsychologie), het officiële opleidingsinstituut van SHP-E(NL), alsmede in de naam van onze stichting: Nederlandse Stichting Helpen met Paarden – Equitherapie.
Voor deze naam werd gekozen om toen een duidelijk onderscheid te maken ten opzichte van "Hippotherapie", een begrip dat internationaal vooral in Duitstalige en Engelstalige landen wordt gebruikt voor fysiotherapie met het paard, en ten opzichte van "therapeutisch paardrijden", hetgeen zich meestal beperkt tot het rijden zelf. Verder diende het als inhoudelijke afgrenzing tegenover EAT en EAA (Equine Assisted Therapy en Equine Assisted Activities) volgens het oorspronkelijke Amerikaanse model. In het Amerikaanse model is de opleiding beperkt tot enkele cursusdagen en wordt er niet met opgeleide therapiepaarden gewerkt. De therapie wordt in dat Amerikaanse model bovendien niet gegeven door een therapeut die zelf een werk- en therapierelatie met het therapiepaard opbouwt waarin het paard de rol van co-therapeut vervult. Bij het genoemde EAT-model wordt het hippische gedeelte overgedragen aan een hippische deskundige en vervult het paard enkel de rol van hulpmiddel (zie de tabel met vergelijkingen van diverse modellen voor equitherapie).
Na de laatste internationale ontwikkelingen kan equitherapie, zoals door SHP wordt vertegenwoordigd, op dit moment onder de gebruikelijke term Animal Mediated Assistance and Therapy (AMAT) worden geplaatst.
In de Duitstalige Europese landen bestaat al voldoende wetenschappelijk relevant onderzoek en modelvorming naar de processen en effecten van deze specifieke methode van therapie met het paard voor verschillende doelgroepen. Met name de positieve effecten van deze therapievorm op de psychomotorische, emotionele, sociale en cognitieve ontwikkeling zijn uitgebreid gedocumenteerd. Zo zijn er positieve evaluatiestudies over de inzet van equitherapie als pedagogische begeleiding bij kinderen en jeugd binnen de jeugdzorg, inzet binnen de chronische psychiatrie, autismebegeleiding en psychomotore ontwikkelingsbevordering. Er bestaan ook testmethodes om de procesmatige ontwikkeling van cliënten duidelijk te kunnen documenteren. Alleen eist deze therapievorm goed opgeleide therapeuten en stelt het ook eisen aan de huisvesting, omgang met en opleiding van het paard om het in zijn functie als co-therapeut niet te overvragen.
Naar aanleiding van deze wetenschappelijk ondersteunde langjarige ervaringen zijn in de Duitstalige Europese landen al meer dan 20 jaar geleden opleidingen voor gekwalificeerde equitherapeuten ontstaan. In Nederland is hier ruim 10 jaar geleden een opleiding voor gestart.
Zoals gebruikelijk is voor opleidingen die met procesbegeleiding werken, wordt veel nadruk gelegd op zelfervaring, collegiale intervisie en supervisie. De therapeut moet in staat zijn zinvolle, op de behoeften en wensen van de cliënt afgestemde doelstellingen met behulp van het paard te verwezenlijken en te documenteren. Daarnaast moet een equitherapeut beschikken over uitstekende psychomotorische kennis van mens en paard, en zijn therapiepaard zelf kunnen opleiden en gezond kunnen houden. Een hippisch diploma is daarom strikt noodzakelijk. Ook de huisvesting en de omgang met het paard zijn van groot belang. In Nederland diende hierin, in vergelijking met Oostenrijk, Duitsland en Zwitserland, anders gedacht te worden over traditionele paardenhuisvesting: met paarden die hun kudde-instinct niet in groepshuisvesting kunnen uitleven, is het niet mogelijk om equitherapie uit te voeren.
Visueel overzicht:
