Vastgesteld en in werking getreden in februari 2007
De FATP en SHP-E(NL) hebben samen een gemeenschappelijke internationale ethische code opgezet met als doel deze over te brengen op de studenten tijdens de opleiding tot equitherapeut. Daarbij wordt equitherapie gezien vanuit een humanistisch, holistisch (ganzheitlicher Ansatz) perspectief, waarbij procesgeoriënteerd en methodisch gewerkt dient te worden.
Forum der Ausbildungsträger einer Therapie mit dem Pferd
De FATP heeft een aantal minimale normen opgesteld. Studenten dienen daarbij te beschikken over:
“Ik beloof,
te zullen handelen
met de grootsmogelijke zorgvuldigheid
en duidelijkheid tegenover
de cliënt, het paard en de Stichting.”
De stichting SHP-E(NL) heeft de internationale code van de FATP aangevuld met een eigen, specifiek kader. Binnen de kwaliteitsbewaking eist SHP-E(NL) een paardvriendelijke (artgerechte) benadering wat betreft huisvesting, bejegening, training, voeding en dagbesteding. Bijscholing, supervisie en intervisie zijn verplichte onderdelen om de deskundigheid te waarborgen.
Is een equitherapeut niet bereid deze richtlijnen na te leven, dan kan SHP-E(NL) niet instaan voor de kwaliteitsstandaarden en wordt registratie en certificering geweigerd. Op de openbare lijst van gediplomeerde equitherapeuten wordt in dat geval een desbetreffende opmerking geplaatst.
Punt 1 – Opleiding en diploma's: Een gediplomeerde Equitherapeut SHP-E(NL) heeft een tweejarige beroepsaanvullende opleiding van in totaal 300 opleidingsuren doorlopen, inclusief een praktijkproject en examens aan het eind van elk opleidingsjaar, aangevuld met een hippisch en een EHBO/BHV-diploma.
Punt 2 – Kennis en welzijn van het paard: De therapeut is verplicht de vaardigheden van zichzelf en het paard te onderhouden en te vergroten via verplichte bijscholing. De maatstaf voor een goede opleiding van het paard is het plezier en de werklust die het dier tijdens het werk toont, gebaseerd op respect voor zijn individualiteit.
Punt 3 – Supervisie, intervisie en zelfervaring: Om zich continu te blijven ontwikkelen en professioneel te reflecteren op het werk met cliënten, zijn intervisie en supervisie verplichte onderdelen binnen het certificeringsbeleid.
Punt 4 – Werknemers en stagiairs: Niet-gecertificeerde werknemers mogen het werk van een erkende equitherapeut niet zelfstandig overnemen of in diens naam vervullen. De eindverantwoordelijkheid berust te allen tijde bij de gecertificeerde equitherapeut.
Punt 5 – Persoonlijkheidsvormend effect van het paard: Dankzij zijn esthetiek en natuur als kuddedier oefent het paard een grote aantrekkingskracht uit. Omdat paarden direct en analoog communiceren, ervaren cliënten onmiddellijk de consequenties van hun gedrag. De driedimensionale beweging bevordert bovendien de motorische en emotionele aanpassingsbekwaamheid.
Punt 6 – Levenslange verantwoordelijkheid: De therapeut richt zijn handelen primair op het welzijn van het paard en laat zich niet leiden door puur commerciële belangen. Ook na de actieve inzet als therapiepaard blijft de verantwoordelijkheid tot aan het einde van diens leven bestaan.
Punt 9 – Huisvesting en voeding: Huisvesting moet zijn aangepast aan soortspecifieke behoeften, met als minimale eis dagelijkse vrije beweging in een groep. Stallen zonder uitloop of stands zijn uit den boze in verband met stresspreventie.
Punt 10 – Fysieke en psychische gezondheid: Alleen een paard dat met plezier, zonder stress of pijn werkt, kan de energie opbrengen om als co-therapeut binnen de driehoeksrelatie te functioneren.