Nederlandse Stichting Helpen met Paarden – Equitherapie
 

FAQ Vraag 1

VEELGESTELDE VRAGEN • SHP-E(NL)

Waarom werken equitherapeuten SHP niet met het„puure paard” als spiegel?

Uitgebreide toelichting op het werkmodel, de visie op dierwelzijn en de noodzakelijke kwalificaties.

SHP beaamt niet het monopolie-model te vertegenwoordigen voor het werken met het paard. Wel kan SHP helder aangeven met welk model en vanuit welke achtergrond de gecertificeerde equitherapeuten SHP met paarden en mensen werken, en waarom.

Verschillende werkvormen en werkmodellen behoeven immers ook verschillende kwalificaties. Equitherapeuten SHP houden zich bezig met echte therapie: de inzet van het paard binnen een therapeutisch, pedagogisch of psychosociaal proces.

Verschillen in werkmodellen: AAT en AAA AMT en AMA

Er bestaan nog veel misverstanden over wat de termen Animal Mediated Assistance and Therapy (AMAT), Animal Assisted Therapy (AAT) en Animal Assisted Activities (AAA) inhouden. Hiermee hebben we te maken met fundamenteel verschillende werkmodellen en vormen van activiteiten.

Waarom niet zomaar het „pure paard”?

Wereldwijd bestaan er meerdere werkmodellen voor de inzet van dieren:

  • Model 1 (Animal Mediated Assistance and Therapy): Gaat ervan uit dat er net zo min een „puur paard”, een „pure aap” of een „pure mens” bestaat. Wetenschappelijk onderzoek onderschijnt inmiddels dat we met individuen te maken hebben. Binnen dit model wordt het dier in zijn volledige persoonlijkheid en eigenheid gerespecteerd in de therapie.
  • Model 2 (Bepaalde vormen van AAT): Hierbij worden dieren vaak afgericht om op een knopdruk te reageren op de cliënt of om algemeen instinctgedrag op commando op te roepen.

Wereldwijde dakorganisaties voor AAT ondersteunen vooral Model 1 vanwege diervriendelijkheid en respect voor het therapiedier. Dit vereist specifieke vaardigheden van zowel de therapeut als het dier, die vooraf getoetst moeten worden.

De keuze van SHP voor Model 1

Elk paard heeft zijn eigen persoonlijkheid, geschiedenis, behoeften en gevoelens. Het gaat als een eigen, niet-menselijke persoonlijkheid een relatie en dialoog aan met de therapeut en de cliënt. Zowel de therapeut als het paard moeten op deze setting zijn voorbereid.

De therapeut moet in de driehoeksrelatie (paard – cliënt – therapeut) goed kunnen onderscheiden of de reacties van het paard te maken hebben met de cliënt, het proces, de therapeut zelf, of de eigen behoeften van het paard. Het paard moet op zijn beurt zo zijn opgeleid dat de cliënt tijdens de bewegingsdialoog kan voelen en begrijpen waarom het paard reageert zoals het reageert.

Waarom zijn kwalificaties noodzakelijk?

Equitherapie SHP is doelmatige, systematische procesbegeleiding met ondersteuning van het individuele therapiepaard als katalysator en co-therapeut. Mooie momenten komen er zeker in voor, maar zijn niet het uitsluitende doel. Gaat het om iemand plezier te laten beleven met het paard, dan spreken we over Animal Assisted Activities (AAA). Spreken we over Equitherapie SHP, dan betreft het Animal Mediated Therapy (AAT).

Voor cliënten en verwijzers moet volstrekt helder zijn volgens welk model wordt gewerkt. Bij AAA zijn minimaal hippische kwalificaties vereist; bij AAT komt daar de deskundigheid binnen de hulpverlening, specifieke AAT-vaardigheden, een ethische code en transparantie over het werkmodel bij.

Kan elke equitherapeut met alle doelgroepen werken?

De opleiding tot equitherapeut bouwt voort op een basisberoep in de zorg en deskundigheid in het procesmatig begeleiden van cliënten. De therapeut brengt de expertise van de eigen doelgroep mee uit het basisberoep en dient zich binnen de equitherapie te specialiseren in diezelfde vertrouwde doelgroep.

Is een equitherapeut bijvoorbeeld niet bekend met de behandelmodellen voor autisme, dan hoort hij of zij ook geen autistische cliënten te begeleiden binnen de equitherapie. Het certificeringssysteem van SHP waakt er juist voor dat dit gewaarborgd blijft.

Wel kan een equitherapeut bijkomende kwalificaties verwerven door aan te tonen dat hij/zij over de vereiste deskundigheid en praktijkervaring beschikt om nieuwe doelgroepen in het behandelmodel te integreren.

Verliest de equitherapeut het diploma bij het beëindigen van registratie?

Therapeuten die het diploma hebben behaald, verliezen dit diploma niet wanneer zij geen lid meer zijn van SHP of het certificeringsbeleid niet langer volgen. Wel kan SHP uitsluitend de garantie en kwaliteitswaarborg voor de beschermde merknaam Equitherapeut SHP afgeven zolang de gediplomeerde de gestelde kwaliteitseisen naleeft.

Hieronder vallen verplichte bijscholing, supervisie, intervisie, bevestiging van de richtlijnen en ethische code, en een passende beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Het gebruik van de merknaam en het logo is daarom strikt voorbehouden aan geregistreerde en gecertificeerde therapeuten bij wie SHP periodiek de kwaliteit toetst via de stalplaquette.

Dit systeem is vergelijkbaar met een BIG-registratie in de gezondheidszorg of collectieve merknamen van professionele beroepsorganisaties.